Hoofdrolspelers Oeteldonk

Het feest dat elk jaar met volle overtuiging in Oeteldonk wordt gevierd, zou niet compleet zijn zonder de hoofdrolspelers die een prominente rol in het Oeteldonkse spel innemen. De één wat prominenter en meer op de voorgrond dan de ander, maar elk speelt een onmiskenbare rol in het geheel.


De Prins

De Prins, Z.K.H. Prins Amadeiro Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enz., enz., enz., is de heerser over Oeteldonk tijdens de drie dagen van Carnaval. In tegenstelling tot in de meeste Carnavalsgemeenten wordt de Prins niet jaarlijks door het volk gekozen, maar wordt voor het leven aangesteld. Hij wordt dan een nieuwe telg uit de Dynastie der Amadeiro’s. Sinds de eerste aanstelling in 1883 van Amadeiro I, zijn we inmiddels toe aan de 25e telg. De huidige vorst heerst sinds 2007 over Oeteldonk.

De Prins laat zich pas aan het begin van het Carnavalsseizoen (dat in Oeteldonk wordt geopend met het Kwekfestijn rond 11-11) voor het eerst zien, waarna hij uit beeld verdwijnt tot Carnaval. Pas op Carnavalszondag komt hij elk jaar (om 11.11 uur) weer met de Hoftrein op Oeteldonk Centraol aan. Nadat hij zijn volk heeft toegesproken vertrekt iedereen richting Markt, alwaar Z.K.H. Amadeiro Knillis onthult aan zijn volk. Dit wordt gezien als de officiële opening van Carnaval.

De Prins is nooit afkomstig uit Oeteldonk en behoort een gepaste afstand tot het volk te houden. Hij spreekt ook geen Oeteldonks, maar algemeen beschaafd Nederlands.

Kleding van De Prins
– Rokkostuum bij de volgende gelegenheden: bij de festiviteiten rond 11-11, bij zijn intocht, ontvangst op het stadhuis, tijdens zijn troonrede, het onthullen van Knillis en tijdens het auwe Vellendiner. Bij het rokkostuum hoort een steek met witte veren, een blauwe prinsensjerp en het zogenaamde prinsenkruis. De sjerp te dragen van linksboven naar rechtsonder.
– Bourgondisch kostuum bij de optocht en de daarop volgende bezoeken aan zijn onderdanen op maandag en dinsdag en bij de begrafenis van Knillis.
Bij beide kostuums horen witte handschoenen.

Voor eventueel buiten deze dagen zich voordoende evenementen geeft de Minister van Protocol richtlijnen voor de kleding.


De Adjudant

De Adjudant mag gezien worden als de rechterhand van de Prins en zorgt voor het wel en wee van de Prins in de meest uitgebreide zin des woords. In principe wijkt de Adjudant nimmer van zijn zijde. Daar waar de Prins verschijnt, zal de Adjudant dan ook nooit ver weg zijn. Net als de Prins wordt de Adjudant voor het leven aangesteld. Bij elke Prinswisseling vindt er ook een Adjudantwisseling plaats.

Kleding van De Adjudant
Hetzelfde als bij de Prins, met uitzondering van de sjerp en het prinsenkruis. Zijn sjerp heeft de kleuren rood-wit-geel en wordt gedragen als door de Prins.

Buiten het carnavalsseizoen mogen de Prins en de Adjudant zich alleen incognito (in purperen boerenkiel) in Oeteldonk begeven.


Ut Gevollug

Ut Gevollug, dat zorg draagt voor de begeleiding van de Prins en de Adjudant tijdens de Carnavalsdagen, bestaat uit 10 Generaals met de Korporaal aan het hoofd. De begeleiding geschiedt altijd in overleg met Driek Pakaon (als veldwachter is Driek immers zeer ervaren met het begeleiden van hoogwaardigheidsbekleders), de Adjudant, Assessor (Kees Minkels) en Minister van Protocol. Zij zullen altijd collectief functioneren.

Kleding van Ut Gevollug
Een door de protocolcommissie voorgeschreven tuniek van soldateske-operetteachtige allure, met bijbehorende hoofdbedekking. Hieronder een witte coltrui, zwarte broek en zwarte schoenen. leder lid van Ut Gevollug draagt een koperen plaat waarop “Gevollug” staat. De Korporaal heeft ook nog een speciaal lederen schild met daarop Korporaal en een fluit. Op de mouw van de tuniek staat een letter “A” op rode fond.


Prinselijke ruiterij

Zoals het een goed vorst betaamt beschikt de Prins uiteraard over zijn eigen Ruiterij. De soevereine Prins is zelfs zo belangrijk dat hij niet over één maar twee Ruiterijen beschikt, elk met een andere rol. Het betreft de Biezenperdjes en de Stokperdjes.

De Biezenperdjes
De Biezenpèrdjes bestaan uit 12 ruiters en een Opperhofstalmeester, welke laatste verantwoordelijk is voor de biezenpaarden en schabrakken en voor het ordelijk optreden van de ruiterij. De Biezenpèrdjes nemen deel aan de intocht én de optocht.

De Stokperdjes
De Stokpèrdjes, oftewel de ‘veulens’ uit de stoeterij van de Prinselijke Ruiterij, bestaan uit 12 ruiters onder leiding van een Opperstokstalmeester. De Opperstokstalmeester is verantwoordelijk voor de stokpaarden en de kleding van de ruiters, alsmede voor het ordelijk optreden. Zij nemen deel aan de intocht en gaan vooraf aan de Biezenpèrdjes.
Beide groepen (biezenpèrdjes en stokpèrdjes) stellen zich vóór de intocht op ter inspectie door de Prins en gaan vooraf aan het protocollaire gedeelte van intocht en optocht.


Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd

PeerOok wel bekend als ‘D’n Burgervaojer’, is de Peer één van de meest geliefde figuren van Oeteldonk. Tijdens de Carnavalsdagen neemt Peer de rol van de Bossche burgemeester over en treedt hij op als gastheer van de Prins, Adjudant en zijn Gevollug. De functie van Peer is net zo oud als Oeteldonk zelf en dateert dus uit 1882.

Wellicht is de Peer zo geliefd omdat hij zo dicht bij het volk staat. Het is een veel en graag geziene figuur die tijdens Carnaval ook overal zijn gezicht laat zien. Hij spreekt de taal van het volk en zal iedereen dan ook in onvervalst Oeteldonks te woord staan. Niet voor niks staat de Peer er om bekend een vlotte babbel te hebben. Met name bij het vrouwvolk (het vrollie) kan de Peer niet kapot: menig durske valt dan ook in katzwijm bij de aanblik van de Peer. Daar waar zijn aanblik het werk niet doet, windt hij met zijn vlotte babbel elk durske moeiteloos om zijn vinger.

Kleding van Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd
Officieel burgemeesters-(gala)-kostuum bestaande uit zwarte pantalon met zilveren bies en slipjas met zilveren borduursel op de kraag en de manchetten.Steek met witte veren en roset, cape en witte handschoenen.


Kees Minkels

KeesZoals de Adjudant overal verschijnt waar de Prins verschijnt, zal ook de Assessor, Kees Minkels, niet ver van de zijde van de Peer wijken. In zijn rol als Assessor zal hij de Peer immer met raad en daad bijstaan. In tegenstelling tot de Peer is Kees wat stiller (een ‘zwijgzaom tiep’) en begeeft hij zich wat minder in de spotlight. Maar als de nood aan de man is en zelfs Hendrien de Peer niet meer op de been kan krijgen, kan de Assessor de Peer tijdelijk waarnemen. Herkenbaar aan zijn bolhoedje is ook Kees een geliefde figuur in Oeteldonk.

Kleding van Kees Minkels
Meierijs boerenpak bestaande uit zwarte broek, zwarte rechte jas met overslag, “zondags”-frontje, verlaagde bolhoed met rood-wit-geel lint (rood bovenop), Amadeiro-das met horizontale kleuren en gouden “A” in rood fond.


Driek Pakaon

DriekOm iedereen in Oeteldonk in het gareel te houden, heeft de Peer een veldwachter aangesteld. Omdat er in het vredige Oeteldonk over het algemeen weinig uitwassen te bespeuren zijn, bestaat zijn voornaamste taak uit het zorgdragen voor de Peer en de Prins en het weghouden van het vrollie bij de sjees (koets) van de Peer en Kees en het zorgdragen voor de veiligheid van de Prins. Het moge duidelijk zijn dat hij het zeer druk heeft met deze taak!

Daar wanneer het vrollie zich gedeisd weet te houden, zal hij Peer en Kees in de sjees gezelschap houden. Hier zal hij ervoor waken dat de koetsier niet teveel brandewijntjes tot zich neemt.

Kleding van Driek Pakaon
Donker blauwe pantalon met rode bies, donkerblauw jasje met koperen knopen, rode epauletten en rode boord met daaronder witte puntboord (de zogenaamde “vadermoordenaar”). Donkerblauwe kleppet met daarop een rode band met het woord “Oeteldonk”.


De Geminteraod

De GeminteRaod van Oeteldonk bestaat uit 11 Bossche Jongeren. Deze groep is een persiflage op de Bossche Gemeenteraad en vertegenwoordigen in die hoedanigheid de Oeteldonkers. Ze hebben altijd grootse plannen maar zijn wars van enig professioneel inzicht. Het is een prettig gestoorde club en het motto is dan ook “nu is het feest, alle zaken zijn voor morgen”

De Raod is zelf onderverdeeld in verschillende commissies. Elke commissie draagt zijn verantwoording af aan de Raodsvergadering. De P.P. is eindverantwoordelijke voor alle evenementen, uitkomsten en resultaten van de verschillende commissies. De nieuwe leden zijn op voorhand benoemd tot commissie Capes, Commissie dassen, en Commissie Bier.

Voor de Geminteraod moet er gevraagd worden om te solliciteren. Na een uitgebreide sollicitatieprocedure zal er besloten worden of het nieuwe lid toe mag treden als aspirant Geminteraodslid. Ze zijn op dat moment nog géén volwaardig lid en zullen zich eerst een jaar moeten bewijzen in de verschillende, voor hun verplichte, commissies. Na een jaar zal er besloten worden door de zittende Geminteraod of de nieuwe leden al dan niet volledig toe zullen treden, nog een jaar als aspirant door het leven moeten gaan of af moeten treden. De nieuwe leeje zijn te herkennen aan het ontbreken van de Raods(das)speld.

Kleding van De Geminteraod
– De grijze halfhoge met rood wit geel lint en met goudband gezette tekst GeminteRaod met Gouden knoop.
– De rood wit gele zakdoek met de daarop het wapen van Oeteldonk in een rood fond.
– Zilveren blinkende Raodsspeld
– De rood wit gele gebreide sjaal in de juiste kleurencombinatie.
– De krijtstrepen pantalon (boerensjiek.)
– Grijze lange slipjas
– Gepoetste zwarte schoenen
Dit nieuwe pak is gebaseerd op de gegoede burgerij van de stad `s-Hertogenbosch rond de 19e eeuw.
Bij de scheiding der machten van het bestuur van de O.C. in 1977 en de Raod vaan XI is gekozen voor begeleiding van de Peer en Kees en de oprichting van de Ministerraad van de Oeteldonkse Club. Van 1977 tot en met 1999 liepen er tijdens Carnaval 2 groepen met een steek op. Om verwarring verder te voorkomen is in 1999 besloten om de Raod vaan XI om te zetten in GeminteRaod met nieuwe kleding en bijpassende hoge hoed.
Voorheen werd de GeminteRaod, Raad vaan XI genoemd.

Buiten dienst zijn de leeje net als alle andere oeteldonkers gekleed in een boerenkiel. Het enige verschil is dat de kiel grijs is en de rood-wit-gele zakdoek blijft gedragen worden evenals de zilveren blinkende Raodsspeld.

Hieronder wordt zoals gebruikelijk een bruine ribbroek gedragen met zwarte schoenen.


Hendrien

Omdat de Peer nu eenmaal een druk bestaan heeft en met name tijdens de Carnavalsdagen veel van huis is, moet er iemand zijn die thuis bij de Peer de boel onder controle houdt. Als huishoudster van de Peer zorgt Hendrien ervoor dat de sokken van de Peer gestopt worden, de kippen gevoerd worden, en het bedje gespreid is als de Peer weer thuiskomt. Omdat ook Hendrien weleens een verzetje nodig heeft, mag zij eens in de vier jaar (elk schrikkeljaar) met de Peer op sjouw tijdens de 3 Carnavalsdagen en mag zij de plek van Kees Minkels innemen in de koets bij de intocht. Tijdens Carnaval doet Hendrien een boekje open over het reilen en zeilen in Huize Peer. Dit is dan ook reden genoeg voor de Peer om haar de 3 volgende jaren thuis te houden!

Kleding van Hendrien
Deftige boerenvrouwenkleding, compleet met Meierijse poffer. Deze kleding wordt altijd gedragen door een man.; de rol van Hendrien is dus eigenlijk een vorm van travestie.


Daantje Woenders (Vaandeldrager)

Niet geheel verrassend draagt de Vaandeldrager de verantwoordelijkheid voor het vaandel en zorgt ervoor dat dit waardig gepresenteerd wordt. Hij treedt op bij de intocht, stadhuis, Open Hof, onthulling van Knillis, optocht en daar waar de Minister van Protocol zijn aanwezigheid gewenst acht.

Kleding Daantje Woenders
Boerenkiel met pet.
Speciaal schild met opschrift “vendrig”, draagriem voor het Oeteldonks vaandel.


Hofkapel De Kikvorschen

Op alle officiële gelegenheden waar Prins Amadeiro XXV met zijn gevolg vergezeld moet worden van muziek, blaast Hofkapel De Kikvorschen een deuntje mee. De komische fanfare “De Kikvorschen” werd in 1930 door Prins Amadeiro XVI verheven tot prinselijke hofkapel de Amadeiro’s. Behave de houten blaasinstrumenten met mirlitons en de bezetting van echte instrumenten beschikken de Kikvorschen ook over een folkloristische dansgroep.

Kleding van De Kikvorschen
De kleding van de Kikvorschen is afgeleid van het deftige boeren kostuum van rond 1900.

Bron: Oeteldonksche Club van 1882